Marktontwikkelingen

Wat wij zien in de markt
Fietser op weg

CO₂-heffing

Vanaf 1 januari 2026 betalen afvalverbrandingsinstallaties in Nederland een CO₂-heffing. Met deze maatregel belast de overheid de CO₂-uitstoot die vrijkomt bij de verwerking van afval. Het doel is helder: afvalverbranding duurder en daarmee minder aantrekkelijk maken om zo de uitstoot te verminderen. De heffing start relatief laag, maar zorgt de komende jaren voor fors hogere verwerkingskosten van uw restafval.

Op deze pagina vindt u antwoorden op veelgestelde vragen en leest u hoe wij u kunnen helpen om uw afvalkosten te beperken. Dat actie ondernemen loont, bewijst de praktijk: ontdek hoe Royal BAM Groep haar restafval samen met ons succesvol terugbracht van 70% naar 28,5%.

Ziekenhuis Gelderse Vallei gaat Zero voor de Zaak met PreZero

Samen de stijgende afvalkosten voor zijn

Richting 2027 stijgen de verbrandingskosten fors. Wilt u weten hoe u deze extra kosten kunt beperken? Onze adviseurs staan voor u klaar om mee te denken over slimme, circulaire oplossingen.

Neem contact op

Veelgestelde vragen

De CO₂-heffing is een overheidsbelasting op de uitstoot bij het verbranden van restafval. Vanaf 2026 dragen afvalenergiecentrales (AEC’s) deze verplicht af. Het doel is helder: de overheid maakt CO₂-uitstoot duurder om bedrijven te stimuleren tot schonere keuzes en verduurzaming. De heffing start met een relatief laag bedrag per ton brandbaar restafval, maar stijgt de komende jaren fors.

Bij de start in januari werkte de overheid met een inschatting. De CO₂-uitstoot bij het verbranden van afval blijkt hoger dan verwacht, waardoor de kosten stijgen. We corrigeren dit tarief nu per 1 augustus.

Bij de start van 2026 werkten we in de sector nog met een inschatting (gemiddeld € 6,87 per ton). Inmiddels zijn de definitieve verwerkingscijfers vanuit de keten bekend. Hieruit blijkt dat de feitelijke CO₂-uitstoot hoger ligt en het actuele tarief uitkomt op € 8.92 per ton over heel 2026.

PreZero berekent deze wettelijke verhoging één-op-één door. Om ervoor te zorgen dat uw gemiddelde over heel 2026 klopt met de werkelijke kosten, corrigeren we het verschil (het tekort over de eerste zeven maanden) in de rest van het jaar. Dit komt neer op een bedrag van €11.79.

Dit betreft een correctie van een overheidsheffing, die is gebaseerd op de definitieve cijfers van de afvalenergiecentrales. Wij hebben hier geen invloed op en het is dus geen nieuwe of extra heffing vanuit PreZero. 

De CO₂-heffing start relatief laag, maar gaat de jaren daarna fors stijgen. Wel heeft u vanaf 2027 vooraf veel meer zekerheid over deze kosten.

Tot nu toe stelde de NEa de tarieven pas achteraf vastt, waardoor we met inschattingen moesten werken. Omdat wij dit onwenselijk vonden, hebben we samen met onze brancheorganisatie het initiatief genomen om dit te veranderen. Met succes: de NEa stelt de rekenfactoren voortaan altijd vóór het nieuwe jaar definitief vast. Zo sluiten we onverwachte naheffingen achteraf nagenoeg uit.

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) en de Vereniging Afvalbedrijven (VA) werken momenteel samen om de informatievoorziening over de CO₂-heffing te versimpelen. Zodra de officiële, sectorbrede onderbouwing van deze nieuwe werkwijze gereed is, delen wij deze direct op onze website. U kunt deze informatie dan uiteraard ook terugvinden op de websites van de NEa en de VA. 

We leggen het uit in 5 stappen

Stap 1: Hoeveel 'fossiel' afval zit er in een ton afval? (De NEa-factor) 

Als afval wordt verbrand, komt er CO₂ vrij. De overheid belast echter niet alle CO₂, maar alleen de uitstoot van materialen die van aardolie zijn gemaakt, zoals plastics (de fossiele uitstoot). Biogeen afval, zoals groente, fruit en papier, is vrijgesteld. Om te bepalen welk deel van het afval fossiel was, stelt de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) jaarlijks een berekeningsfactor vast (de standaardfactor). Deze factor bepaalt hoeveel ton belastbare CO₂ er uit één ton fijn restafval komt. Deze getallen zijn gebaseerd op steekproeven van Rijkswaterstaat en alle afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) in Nederland gebruiken deze rekenfactoren in hun CO₂-calculatie. (Zie ook de berekeningsfactoren van de NEa).

Dankzij de nieuwe year-ahead systematiek doet de NEa dit voortaan vooraf, zodat deze factor voor het hele kalenderjaar vaststaat. Zo rekenen we in 2026 met de cijfers van 2025

  • Voor 2025 heeft de NEa vastgesteld dat de totale uitstoot 0,989 ton CO₂ per ton bedrijfsafval was. Uit de metingen bleek dat 64,6% hiervan uit natuurlijk (biogeen) materiaal bestond. Dat betekent dat de overige 35,4% fossiel was. De actuele fossiele uitstoot komt daarmee op 0,35 ton belastbare CO₂ per ton verbrand fijn restafval. 

Stap 2: Dispensatierechten 

Om te voorkomen dat de tarieven voor afvalverbranding in één keer omhoog schieten, geeft de overheid een korting: de dispensatierechten. Dit is een hoeveelheid CO₂ die de AVI mag uitstoten waarover géén heffing wordt gerekend. 

Cruciaal hierbij is dat deze korting niet meebeweegt met de werkelijke uitstoot van het desbetreffende jaar. De korting is namelijk vastgezet op basis van de emissies en de verwerkte hoeveelheid afval uit het verleden (2019-2023) en wordt bovendien elk jaar door de overheid in hoog tempo afgebouwd om afvalverbranding te ontmoedigen. Verandert de actuele samenstelling van het afval of kengetallen in het proces van de fabriek? Dan beweegt deze historische korting dus niet mee met de uitstoot van vandaag. (NEa-rekenfactoren zijn hier opnieuw belangrijk) 

  • Toegepast op 2026: Door de wettelijke afbouw (waarbij onder meer een speciale correctiefactor voor AVI's in 2026 is gedaald naar 0,85) krimpt deze vaste historische korting. Voor het jaar 2026 bedraagt deze overgebleven korting gemiddeld nog 0,27 ton vrijgestelde CO₂ per ton fijn restafval. 

Stap 3: Het verschil berekenen tussen de fossiele uitstoot en dispensatierechten 

Nu trekken we de korting (Stap 2) af van de daadwerkelijke fossiele uitstoot (Stap 1). Wat overblijft is het ongedekte deel: de daadwerkelijke uitstoot waarover de afvalverbrander de volle CO₂-heffing moet betalen. 

  • Het verschil: 0,35 ton (uitstoot op basis van 2025) minus 0,27 ton (korting in 2026) resulteert in 0,08 ton ongedekte, te belasten CO₂ per ton fijn restafval. 

Stap 4: De netto uitstoot maal het wettelijk CO2-tarief 

Het ongedekte deel uit Stap 3 vermenigvuldigen we met de vaste CO₂-prijs van de overheid. Voor 2026 heeft de overheid dit tarief wettelijk vastgesteld op € 103,66 per ton CO₂.  Dit bedrag wordt gedeeld door het totaal aantal verbrande tonnen restafval om tot een tarief per ton te komen.

  • Voorbeeldberekening: 0,08 ton te belasten CO₂ × € 103,66 = € 8,30 netto CO₂-heffing per ton fijn restafval in 2026. 

Stap 5: Gewogen gemiddelde van onze verwerkingscontracten 

Wij brengen het ingezamelde afval onder bij verschillende AVI's in Nederland. Zo garanderen wij dat we altijd voldoende capaciteit hebben om uw afval tijdig te verwerken. In de praktijk zien we echter dat de CO₂-kosten per AVI van elkaar verschillen. Dit komt doordat de dispensatierechten (uit Stap 2) per AVI zijn gebaseerd op het verleden, terwijl de dagelijkse realiteit continu verandert. Denk hierbij aan de actuele samenstelling van het lokaal verwerkte afval en de specifieke procesuitstoot per installatie. 

Daarnaast is het tarief sterk afhankelijk van de totale hoeveelheid afval die een AVI in een jaar daadwerkelijk verwerkt. Omdat de overheidskorting een vast gegeven is, verandert het tarief per ton direct als een installatie een tijd stilligt, bijvoorbeeld door gepland of ongepland onderhoud. 

Zulke schommelingen leiden direct tot afwijkende tarieven aan de poort van de AVI’s. Wij bundelen al deze kosten en berekenen hiervan één gewogen gemiddeld tarief. Op deze manier vangen we de verschillen in de markt voor u op en zorgen we ervoor dat u een eerlijk en zo stabiel mogelijk bedrag betaalt.


 

Wij streven naar maximale transparantie. Daarom vermelden we de CO₂-heffing waar mogelijk apart op de factuur. 

  • Dit geldt voor klanten als u op basis van weeggegevens wordt gefactureerd voor restafval, zoals perscontainers en aan de poort (€11.79 per ton). 
  • Betaalt u niet apart voor verwerkingskosten, maar op basis van all-in tarieven (zoals rolcontainerabonnementen), dan wordt de heffing in het totaal tarief verwerkt en is deze heffing niet apart op deze factuur te zien.

Door minder restafval te produceren en meer materialen opnieuw te gebruiken, kunt u zowel kosten verlagen als bijdragen aan een duurzamer milieu. Omdat met name plastics (fossiel materiaal) bij verbranding zorgen voor een hoge CO₂-uitstoot, is hier de meeste winst te behalen. Door uw afval beter te scheiden en juist plastics uit het restafval te houden, verlaagt u uw restafvalvolume en bespaart u direct op deze stijgende heffing. Neem vandaag nog contact op met een Zero Waste-adviseur voor een adviesgesprek.

Dit is een maatregel die opgelegd wordt door de overheid. PreZero belast alleen deze kosten door. 

Alle Nederlandse afvalenergiecentrales (AEC’s) vallen onder dit stelsel en zullen CO₂ heffing betalen over het afval dat verbrand wordt. Het geld dat de Nederlandse overheid ontvangt, gaat in de algemene begroting terechtkomen. Origineel was dit geld bestemd voor het Nederlandse klimaatfonds. 

Dat klopt, maar afvalenergiecentrales (AEC’s)  vallen onder een aparte regeling. Met Prinsjesdag is bekendgemaakt dat de CO₂-heffing voor AEC's niet wordt opgeschort en zelfs wordt verzwaard.

De CO₂-heffing komt boven op de al bestaande afvalstoffenbelasting (ASB) die daarnaast ook sterk gaat stijgen, waardoor de totale lasten voor de sector aanzienlijk toenemen.

Deze heffing treft direct de verwerking van restafval. Echter bevatten andere stromen, zoals bouw- en sloopafval, papier/karton en plastics, ook vervuiling. Deze vervuiling wordt er zo veel mogelijk uitgehaald en wordt als restafval verwerkt. Hierdoor heeft de CO₂-heffing in minder mate ook effect op andere afvalstromen.

De CO₂-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties is een nieuwe belastingmaatregel op afvalverbranding. De milieutoeslag die wij berekenen is om te voldoen aan een pakket van maatregelen voor operationele investeringen, duurzaamheidseisen en steeds strenger wordende wetgeving op onze locaties voor alle stromen. Dit staat hier compleet los van elkaar.

Bij de verbranding van restafval komt onvermijdelijk veel CO₂ vrij. Dit kunnen wij
niet veranderen. Wel werken PreZero en haar partners hard aan oplossingen om deze
CO₂ bij de schoorsteen af te vangen. Zo verdwijnt het niet in de atmosfeer,
maar kunnen we het nuttig hergebruiken of permanent opslaan in lege gasvelden
onder de Noordzee. Dit laatste noemen we Carbon Capture and Storage
(CCS).

Op dit moment hebben afvalverbrandingsinstallaties nog niet de mogelijkheid om aan te sluiten op deze CO₂-opslagprojecten, omdat de landelijke infrastructuur (zoals
transportleidingen) nog in aanbouw is. Dit kan op zijn vroegst vanaf 2030. 
 

Wij sturen actief op kostenbeheersing via:

  • Optimalisatie van transport en routes om de ritkosten zo laag mogelijk te houden;
  • Investering in sortering en recyling, zodat minder materiaal richting verbranding gaat;
  • Efficiënte verwerking waardoor de kostprijsstijging beperkt blijft;
  • Continu datagedreven analyse om per klant de meest kostenneutrale of kostenverlagende oplossing te adviseren.

Voor de meeste stromen is het al financieel aantrekkelijk om ze apart in te zamelen. Voor sommige stromen is het nu nog duurder, maar dat verandert de komende jaren omdat de verwerkingskosten van restafval aanzienlijk hoger worden. 

Heeft u vragen over uw deze CO₂- heffing? dan via dit formulier contact met ons op.